forinn-2018

moduleo

Forbo health 2394 mFLOR

headlam247-a

nieuws
Nieuwe woonbeurs: Wonen 2003

Van woensdag 12 t/m zondag 16 maart 2003 vindt in de Jaarbeurs Utrecht een nieuwe woonbeurs plaats: Wonen 2003. De beurs is een gezamenlijk initiatief van Sanoma Uitgevers, Jaarbeurs en HPR Organisatie. “In het voorjaar is ruimte ontstaan voor een nieuw, kwalitatief sterk interieurevenement voor de in wonen geïnteresseerde consument,” aldus HPR Organisatie in een persbericht. Het deelnemersveld wordt gevormd door ongeveer 150 kwaliteitsbedrijven: merken, ontwerpers, winkels en fabrikanten uit met name, maar niet uitsluitend, het moderne segment. Daarnaast zijn er vanzelfsprekend trendpresentaties, een adviesplein en bekende Nederlanders uit de interieurwereld. Het is de bedoeling dat op Wonen 2003 het complete aanbod voor de inrichting van woning (en tuin) wordt getoond, inclusief vloeren. Sanoma’s woonbladen (VT Wonen, Home and Garden, Ariadne at Home en 101 Woonideeeën) gaan een centrale rol in de communicatie spelen. De organisatie mikt op 30 duizend bezoekers.

(HPR/Vloerenplein, 29-05-2002)

Nieuwe sales promotor BestBase

BestBase heeft per 1 mei zijn team uitgebreid met sales promotor Ronald Dijkslag. Dijkslag heeft volgens de Wijchense leverancier van lichtgewicht ondertapijt en emissie-arme lijmen jarenlange praktische en adviserende ervaring in de woonbranche. BestBase zegt ernaar te streven om middels voorlichting een bijdrage te leveren aan het preventief beleid ten opzichte van arbeidsrisico’s.

(BestBase, 29-05-2002)

‘De Koninklijke’ speelt op Desso

De beste voetbalploeg van Europa, het Spaanse Real Madrid, gaat volgend seizoen spelen op een GrassMaster-veld van Desso DLW Systems uit Oss. Komende maandag 3 juni moet Desso beginnen met de aanleg, die alles bij elkaar zo’n miljoen euro moet gaan kosten en twee maanden werk vergt. GrassMaster is een door Desso gepatenteerd natuurgras dat voor drie procent uit kunstgraspollen bestaat die een paar decimeter diep tussen het echte gras worden gestoken. Een dergelijk veld gaat bijna vier keer zo lang mee als een gewoon grasveld. Desso is ook actief met 100 procent kunstgras dat wordt gemaakt van zes tot zeven centimeter lange vezels van polypropyleen. Met de divisie sportvelden realiseerde Desso vorig jaar een omzet van 51,8 miljoen euro (2000: 51,4 miljoen). De totale omzet van Desso bedroeg 302,5 miljoen euro (2000: 306,1 miljoen), met een bedrijfsresultaat van 9,9 miljoen euro. Desso wordt als marktleider in Nederland op kunstgrasgebied uitgedaagd door Edel Grass, onderdeel van Edel International te Genemuiden. Edel Grass is onder meer ingeschakeld door Ajax om alternatieven te ontwikkelen voor de kwakkelende grasmat in de Arena. Aan NRC Handelsblad meldde directeur B. van den Berg onlangs optimistisch te zijn over de nabije toekomst. Hij verwacht dat zijn omzet in 2010 meer dan verdubbeld zal zijn tot ongeveer 45 miljoen euro, tegen 20 miljoen euro nu.

(NRC/BN/Vloerenplein, 27-05-2002)

Tarkett-Sommer: hoger resultaat

Tegen de achtergrond van een zwakke economie in Noord-Amerika en Europa (vooral Duitsland) heeft Tarkett-Sommer in het voorbije eerste kwartaal een omzet gedraaid van 346,4 miljoen euro, een afname van 3,8 procent ten opzichte van de 360 miljoen euro uit 2001. Dit meldt het bedrijf in een persbericht van afgelopen woensdag. De omzet in West-Europa daalde met 7,7 procent. In Noord-Amerika (+0,4 procent) en met name Oost-Europa (+13,7 procent) boekte de onderneming meer omzet. De omzet van de elastische vloeren liep terug met 7,3 procent, bij de houten vloeren was de terugloop met 1 procent beperkter. Bij de laminaatvloeren (waarin Tarkett-Sommer samenwerkt met Egger) werd een mooie plus van 15 procent neergeschreven. De onderneming bereikte een EBITA (operationeel resultaat) van 22,8 miljoen euro in het eerste kwartaal (-7,3 procent). De negatieve volumeontwikkeling in de omzetten werd in belangrijke mate verzacht door teruggelopen (indirecte) kosten. Het netto resultaat van Tarkett-Sommer bedroeg 6,5 miljoen euro, een toename van 6,6 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

(Tarkett-Sommer/Vloerenplein, 24-05-2002)

INhabit als businesslounge

In een persbericht van gisteren kondigen Texpro en de inkoopcombinaties Euretco en Intres (alsnog) de komst aan van INhabit, de businesslounge van De Woonbeurs Amsterdam. Eerdere berichten in de vakpers dat INhabit niet door zou gaan berusten volgens Texpro-secretaris Edvard Daamen op het gegeven dat de bouw van een speciaal paviljoen werd afgeblazen. De kosten die daarmee verbonden waren, zouden te hoog zijn uitgevallen. Als alternatief komt er nu dus een lounge-achtig gebeuren. Voor de totstandkoming ervan is een partnerschap aangegaan met Euretco en Intres. De eerste editie van INhabit zal plaatsvinden gelijktijdig met De Woonbeurs Amsterdam die van 1 t/m 6 oktober in de RAI staat gepland. Volgens Texpro is dit nieuwe vakevenement hét alternatief voor de jaren dat er geen INterdecor wordt gehouden. INhabit wordt neergezet als een ruim opgezette businesslounge waar de vakbezoeker zakelijke contacten kan leggen, up to date branche-informatie van de INhabit deelnemers kan verkrijgen en zich kan voorbereiden op de rondgang over de Woonbeurs alwaar zo’n 100.000 bezoekers worden verwacht. De lounge wordt ingericht met de nieuwste woontextiel-producten van de participanten.

(Texpro/Vloerenplein, 22-05-2002)

Belgen klagen over tapijtmarkt

Bij de zuiderburen noopt de situatie op de tapijtmarkt af en toe tot het doen van enkele pittige uitspraken. In dagblad De Standaard van afgelopen vrijdag spreekt ‘tapijtman’ Mark Vervaeke van de textielfederatie Febeltex de verwachting uit dat het jaar 2002 slechter wordt voor de Belgische tapijtindustrie dan het jaar 2001. “De grondstoffenprijzen stijgen en door de concurrentiële druk is het erg moeilijk om die prijsstijgingen door te berekenen. Een prijsverhoging van zes procent is noodzakelijk.” Volgens Piere Lano van de gelijknamige tapijtgroep ligt de pijn vooral buiten de twee sterke tapijtclusters in West-Europa, de Vlaamse en de Nederlandse.

Bedrijven die in moeilijkheden kunnen geraken moeten volgens de topman dan ook allereerst buiten de ‘lage landen’ gezocht worden. Lano zegt tegen De Standaard dat het eerste kwartaal bijzonder slecht was, voor alle segmenten en niet in het minst ook wat de afzet op de ingezakte Duitse markt betreft. Niettemin voorziet ook Lano dat er een herstel mogelijk is in de tweede helft van dit jaar. Vervaeke zou het verstandig vinden als Belgische bedrijven de handen ineen gaan slaan. Piere Lano ziet dat laatste nog niet zo snel gebeuren. “Niemand verdient geld, er is geen terugverdieneffect. Bovendien zouden zeer veel fusies nodig zijn om tot een betekenisvolle concentratie te komen.” Vervaeke schat dat de capaciteit van de tapijtindustrie in zijn land vorig jaar met vijf procent is teruggebracht. “Onvoldoende, maar de symboliek mag er zijn voor een sector die steeds op extra volume was gericht.” Beaulieu Wielsbeke zou volgens de krant inmiddels gaan investeren in een vinylfabriek.

(Vloerenplein/Standaard, 21-05-2002)

Ulrich Windmöller weg bij Witex

Ulrich Windmöller, de oprichter van Witex (Augustdorf, Duitsland) stapt om persoonlijke redenen op als bestuursvoorzitter bij zijn bedrijf. Dat werd van de week bekend gemaakt. De onderneming werd in 1978 opgericht. Onder leiding van Ulrich Windmöller, tevens voorzitter van de EPLF (Europese producenten van laminaatvloeren), maakte de (laminaat)vloerenaanbieder een flinke expansie mee. Vorig jaar bedroeg de omzet 230 miljoen euro, meer dan dubbel zoveel als in 1999.

(Vloerenplein/DRW-Verlag, 17-05-2002)

Onderzoek haalbaarheid recycling

De vorig jaar opgerichte stichting Carpet Recycling Nederland heeft projectdirecteur ing. Wil Dubbeldam aangetrokken om onderzoek te gaan doen naar de haalbaarheid van tapijtrecycling in Nederland. Dubbeldam (35) is na zijn afstuderen aan de HTS (chemische technologie en industrial sales) bij diverse organisaties werkzaam geweest. Jos Wesselink, directeur van de Vereniging van Nederlandse Tapijtfabrikanten VNTF, meldde eerder op Vloerenplein (in Nieuws van 29 oktober jl.) dat de benoeming van de projectdirecteur past in de gestructureerde aanpak van de problematiek.

Het haalbaarheidsonderzoek gaat zich met name richten op de logistieke kant van het verhaal. Wesselink destijds: “Nu gebeurt weliswaar al het nodige op dit gebied door allerlei partijen en bedrijven. Wat ons echter voor ogen staat is om industriebeleid, zonder winstoogmerk, te koppelen aan overheidsbeleid en te zorgen voor een landelijke dekking.” Op jaarbasis komt in West-Europa meer dan 1,5 miljoen ton afgedankt tapijt beschikbaar.

(VNTF/Vloerenplein, 15-05-2002)

Heet tapijt in opmars

Uit Japan komt het opvallende bericht dat electronicagigant Matsushita gaat voldoen aan de groeiende vraag van Chinezen naar electrische tapijten. In een deze maand te bekrachtigen joint venture met een lokaal bedrijf gaat Matsushita in China de tapijten produceren en verkopen. Matsushita verwacht een forse groei van de vraag naar dit product. Het bedrijf hoopt tegen het jaar 2005 jaarlijks 100.000 electrische tapijten te kunnen vervaardigen. Volgens de website van de Japanners is het ‘hete tapijt’ een product dat tegemoet komt aan de trends van de 21ste eeuw en worden dubbele groeicijfers geschreven. Het product functioneert op thermo-electrische wijze, net als een electrische deken. Een van de aangeboden ‘hete tapijt’-types bezit anti-bacteriële en deodorant functies en heeft een ingebouwde NaPiOn bewegingssensor, een energiebesparende sensor die menselijke aanwezigheid bespeurt en die het tapijt automatisch ‘aan’ of ‘uit’ zet.

(Vloerenplein/MEW, 15-05-2002)

Wools of New Zealand focust op fabrikant

De merknaam Wools of New Zealand, die sinds begin dit jaar wordt aangestuurd door de nieuwe onderneming Wool Interior (zie ook Nieuws van 21 januari jl.), lijkt wat uit beeld te verdwijnen bij de consument. In een uitgebreid artikel in de New Zealand Herald werd recentelijk de heroriëntatie van ‘het merk met de varen’ in verband gebracht met de tendens onder exporteurs om veel minder aan marketing rond algemene begrippen als ‘wol’ te doen. De Nieuw-Zeelandse Wool Board schiep het merk midden jaren negentig, bekostigd door heffingen bij de wolproducenten van het land. Het recht om het embleem te gebruiken werd afgegeven aan (tapijt)fabrikanten in ruil voor de garantie een bepaald percentage aan Nieuw-Zeelandse wol te gebruiken.

Om de winstgevendheid van de operatie te verhogen raadde adviesbureau McKinsey in 2000 aan om te stoppen met promotie gebaseerd op deze vorm van financiering. Nu zijn het de fabrikanten die een bijdrage moeten gaan betalen voor gebruik van het merk. Tot grote ontevredenheid van de New Zealand Wool Exporters Council moet de algemene promotie van het wolmerk teruggeschroefd worden. Een zegsman van de exportraad zegt in de New Zealand Herald dat promotie van vitaal belang is voor het overleven van de wolnijverheid. “Nieuw-Zeeland heeft een beste reputatie. Dat niet benadrukken is bizar.” De Wool Board, bij monde van beleidsmaker Roger Buchanan, vindt echter dat het wolmerk simpelweg niet meer kon concurreren met ‘big spenders’ als de synthetische vezelgigant DuPont. “Op een gegeven moment is het alsof je met je kop tegen een muur aanloopt.” Volgens hem zal het merk blijven bestaan. De voorman geeft toe dat de waarde van het merk op den duur zal verminderen, maar vindt het nog te vroeg om aan te geven in welke mate. “De focus zal sterker komen te liggen bij de fabrikanten,” aldus Buchanan. “De focus verplaatst zich van het niveau van de consument, hij zal dus minder in het oog springen dan we gewoon waren.”

(Vloerenplein/New Zealand Herald, 13-05-2002)

Bepaling geluidsnormen laminaat

De vereniging van Europese fabrikanten van laminaatvloeren (EPLF) te Bielefeld (Duitsland) gaat de komende maanden een begin maken met het opstellen van normen voor het bepalen van de geluidsbelasting van laminaatvloeren en voor de demping van het contactgeluid. Een en ander werd naar buiten gebracht op de jaarlijkse bestuursvergadering van de organisatie.

(EPLF, 10-05-2002)

Vloerenseminar over innovatie

Op donderdag 6 juni a.s. organiseert Stichting Bouwresearch een ‘Vloerenseminar’ over innovatie in de vloerenbranche. Het programma bestaat uit een plenaire sessie gevolgd door een aantal workshops rond techniek (‘Ketensamenwerking bij ontwerp en engineering van vloerconstructies’ en ‘Integraal ontwerp meerlaagse vloersystemen’) en organisatie (‘Met vloerkeur naar hoogwaardige kwaliteit?’ en ‘Vloerschade in Nederland, schadebeelden, oorzaken, aansprakelijkheden en preventie’). Er zullen ook fabrikanten (onder meer Forbo) aanwezig zijn met stands. Het programma start om 12.00 uur en duurt tot 17.00 uur. De locatie is het Willem II Stadion in Tilburg. Meer info op internet: www.sbr.nl.

(SBR/DPN, 10-05-2002)

‘Het sterkste merk ter wereld’

In de Verenigde Staten en Canada gaat een strategische alliantie tussen vloerenaanbieder Shaw Industries en het media- en designconglomeraat Martha Stewart Living Omnimedia (MSO) de komende weken invulling krijgen. Wat in de maak is, is niets minder dan een nieuw concept in de wereld van de vloerendetailhandel: een nationaal, allesomvattend consumentenmerk. Onder de naam Martha Stewart Signature Flooring wordt onder een groot aantal geselecteerde dealers een breed vloerengamma verspreid dat bestaat uit tapijt, vloerkleden, parket, linoleum, laminaat en steenvloeren. Het vloerenconcept bestaat uit drie modulaire merchandising eenheden die bij benadering 50 vierkante meter vloeroppervlakte in beslag nemen. De kosten bedragen ruim 14.000 dollar. Shaw treedt op als fabrikant, importeur en distributeur. Naast de vloerencollectie heeft MSO in de detailhandel een verfcollectie, een stoffencollectie en binnenkort een meubelcollectie.

De vier collecties zijn op elkaar afgestemd en bedoeld om de consument een geïntegreerde aanpak voor de totale aankleding van de woning te bieden. Een zegsvrouw van MSO spreekt van een ‘omnimerchandising’ strategie met als inzet om het sterk gefragmenteerde verkoopkanaal van speciaalzaken te integreren. Het is dan ook de bedoeling dat alle aangesloten speciaalzaken de diverse concepten en collecties plaatselijk gaan ‘cross promoten’. “Wij mogen dan de grootste tapijtmaker ter wereld zijn, maar een echt als zodanig ervaren merk hebben we nimmer gehad,” pocht J. Saul, bestuursvoorzitter van Shaw. “Nu krijgen we het sterkste merk ter wereld. En dit is nog maar het begin.”

(Vloerenplein/Floor Focus/Rugnews, 08-05-2002)

Nieuwe reorganisatie bij DuPont

Het chemiebedrijf DuPont, onder meer leverancier van nylonvezels voor de tapijtindustrie, heeft zijn winst in het eerste kwartaal zien teruglopen van 567 tot 552 miljoen dollar. In de divisie Textiles and Interiors (DTI) liepen de omzetten vanwege lagere prijzen met 15 procent terug en zakten de netto inkomsten van 64 tot 19 miljoen dollar. In februari van dit jaar bracht DuPont alle vezel- en textielactiviteiten (o.a. nylon, polyester, Stainmaster, Lycra) onder in de nieuwe bedrijfseenheid DTI met als doel die voor het einde van 2003 af te stoten, voorzover de marktomstandigheden dat toelaten. Deze activiteiten zijn op jaarbasis goed voor 6,5 miljard dollar, 23 procent van de omzet van DuPont als geheel. In het licht van de geplande afstoting kondigde DuPont eind vorige maand aan 2000 van de 20000 banen in deze divisie te willen schrappen. Vorig jaar moesten er al 2000 mensen weg bij de vezelproductie. De nieuwe ingreep moet een besparing opleveren van 120 miljoen dollar per jaar. In een recent persbericht laat de groep Chemie en Energie van vakbond CNV weten niet overtuigd te zijn van de noodzaak van de ingreep, voorzover het de 230 op het spel staande banen in Nederland betreft. Volgens de CNV bevestigen Dupont’s reorganisatieplannen het al in februari gerezen vermoeden dat de toentertijd aangekondigde verzelfstandiging van DTI niet zonder personele gevolgen zou blijven. De problemen van DTI in Amerika lijken voort te komen uit een fikse concurrentiestrijd met overzeese bedrijven. Daarnaast dalen de marges voor aanbieders als DuPont doordat een steeds kleiner aantal tapijtfabrikanten de inkoopmarkt beheerst. Bovendien zijn sommige tapijtfabrikanten hun eigen vezels gaan produceren.

(Vloerenplein/CNV/DuPont, 06-05-2002)

Magere kwartaalcijfers CBW

De zojuist verschenen CBW-cijfers over het eerste kwartaal ogen niet bepaald florissant. Alle CBW-leden bij elkaar scoorden -3,7 procent, waarbij grote winkels het slechter deden dan kleine winkels. De kurk- en parketzaken sloten af met een omzetdaling van -5,3 procent, de woningtextielzaken boekten -1,2 procent, de gemengde zaken –2,9 procent, de slaapspeciaalzaken -1,4 procent. De conjunctuurgevoelige meubelzaken gingen zelfs -8,6 procent terug. Slechts de keukenzaken scoorden met 0,6 procent nog een kleine plus. “De verwachting voor het jaar 2002 was al niet al te best. Maar dan nog komt de omzetontwikkeling in het eerste kwartaal hard aan,” zo rapporteert de branchevereniging, die voor dit jaar een teruggang van de omzetten verwacht en pas in 2003 herstel ziet gloren. Als oorzaken worden genoemd het magerder economisch klimaat en de komst van de euro. Volgens de CBW heeft de onwennige consument het nieuwe betaalmiddel in januari min of meer per abuis ‘te ruim’ uitgegeven en blijkbaar besloten het in februari en maart aanzienlijk rustiger aan te doen.

(CBW/Vloerenplein, 03-05-2002)

Interface lijdt verlies

Een teleurstellend eerste kwartaal voor Interface. Dat is de conclusie wanneer men de cijfers over deze periode van 2002 vergelijkt met die over het eerste kwartaal van vorig jaar. De omzet is met bijna 80 miljoen dollar teruggelopen. De nu behaalde omzet van 234,4 miljoen dollar betekent een verval van maar liefst 25 procent in vergelijking met vorig jaar (306,5 miljoen dollar). Maakte Interface in het eerste kwartaal over 2001 nog een nettowinst van 4,4 miljoen dollar, de omzetterugloop in het eerste kwartaal van 2002 resulteert nu in een (bescheiden) verlies van 100.000 dollar. Daniel T. Hendrix van Interface wijt het tegenvallende resultaat aan de moeilijke marktomstandigheden waarin de branche voor bedrijfsinterieuren zich op dit moment bevindt. Hij blijft echter optimistisch. “Het is bemoedigend om te zien dat ons orderniveau weer een stabiel peil heeft bereikt en in sommige gevallen zelfs is aangetrokken.” Hendrix doelt in het laatste geval met name op de markt voor kamerbreed tapijt in de VS. “De vanwege economische redenen uitgestelde orders komen weer langzaam op gang.” Hendrix verwacht dan ook betere cijfers voor het tweede kwartaal. De omzetten en winstgevendheid van de ‘modulaire’ vloerproducten (tegels, etc.) zijn volgens de topman blijvend gezond.

(Vloerenplein/Floortrends, 03-05-2002)

Armstrong: ‘Europa stelt teleur’

Het internationaal opererende vloerenbedrijf Armstrong rapporteert een daling van de bedrijfswinst van 13 procent in het eerste kwartaal. Als redenen worden hogere kosten en zwakkere verkopen in Europa opgegeven. De bedrijfswinst daalde van 25,2 tot 21,9 miljoen dollar. De omzetten in het eerste kwartaal zakten ten opzichte van vorig jaar van 779,9 tot 747,6 miljoen dollar. Bij de elastische vloerbedekkingen was er een omzetstijging aan de andere kant van de oceaan, maar een terugloop op de zwakke Europese markt. Per saldo werd er 3,5 procent minder omgezet. De netto verkopen in het segment van de houten vloeren namen met 3,9 procent toe, vooral als gevolg van hogere volumes die naar de Amerikaanse homecenters gingen. De verkopen in de divisie textiel- en sportvloeren liepen met 15,2 procent terug in het eerste kwartaal, van 63,7 tot 54,0 miljoen dollar. Zonder meeweging van wisselkoersen daalden de verkopen hier met 10,7 procent, met name als gevolg van een tegenvallende Europese markt. Algemeen-directeur Michael Lockhart zegt tevreden te zijn met de vloerenverkoop op de Amerikaanse markt. De prestaties van het bedrijf in Europa noemt hij teleurstellend. De omzetten van Armstrong DLW AG over geheel 2001 genomen liepen met 12,5 procent terug van 251,7 tot 220,1 miljoen euro. Volgens het bedrijf was dat vanwege een omzetafname bij Desso DLW Textil GmbH en vanwege het staken van de houtactiviteiten. Het verlies van 2000 kon wel worden omgebogen in een minimale winst.

(Armstrong/BWD/Vloerenplein, 01-05-2002)

Tapijtprijzen hoger door onrust

In de Verenigde Staten wordt verwacht dat de prijzen van tapijt de komende maanden flink zullen gaan stijgen wanneer tapijtfabrikanten de toenemende kosten voor vezels en voor backing gaan doorberekenen. De hogere prijs voor grondstoffen houdt verband met de fors opwaartse ontwikkeling die de olieprijzen doormaken. Dit als gevolg van de aanhoudende politieke trammelant in het Midden-Oosten. De grote producenten van nylonvezels voor woontextiel en tapijt (onder meer BASF, Honeywell, DuPont) hebben recentelijk, voor het eerst in achttien maanden tijd, prijsverhogingen afgekondigd van rond de tien procent. Tapijtfabriek Beaulieu of America heeft al laten weten er rekening mee te houden dat de prijzen voor zijn afnemers volgende maand omhoog moeten. Bestuursvoorzitter Ralph Boe van Beaulieu meldt in Floor Covering Weekly dat hij speelruimte ziet voor een prijsverhoging van tapijt vanwege de aantrekkende vraag op de markt enerzijds en vanwege het lage niveau van de voorraden bij de tapijtfabrieken anderzijds. Hij waarschuwt er wel voor het economische herstel niet in de kiem te smoren.

(Vloerenplein/FCW, 29-04-2002)

Tapijtmuseum weer geopend

Zoals gebruikelijk is geworden gooit het Tapijtmuseum te Genemuiden op 30 april zijn deuren weer open voor het belangstellende publiek. Natuurlijk komen (vak)bezoekers allereerst voor de permanente tentoonstelling over vloerbedekking van vroeger tot nu. De historie wordt gevisualiseerd door een diapresentatie. Daarnaast worden er demonstraties op verscheidene hand- en machinale weefgetouwen gegeven. Het biezenvlechten, de oorsprong van de tapijtindustrie in Genemuiden, ontbreekt vanzelfsprekend ook niet in het museum. Informatie over openingstijden e.d. is te vinden op www.tapijtmuseum.nl.

(Vloerenplein, 26-04-2002)

Belgen maken meer tapijt van wol

De productie van tapijt is in België vorig jaar met 5 procent gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. In vierkante meters nam de hoeveelheid af van 510,00 miljoen tot 484,50 miljoen, in euro’s van 2233,55 miljoen tot 2179,05 miljoen. In volume gemeten liep de grootste categorie, die van het getuft tapijt, bijna 6 procent terug (tot 268,00 miljoen vierkante meter), mede als gevolg van sanering van de overcapaciteit. Naaldvilt zakte 4,8 procent (tot 119,00 miljoen vierkante meter). De categorie geweven (met kunstmatige vezels) moest 3 procent toegeven (tot 90,00 miljoen vierkante meter). Alleen geweven (met wol en ander natuurlijk materiaal), de kleinste categorie, boekte winst: met bijna 4,2 procent steeg de productie hiervan van 7,20 tot 7,50 miljoen vierkante meter. De waarde van deze vloeren nam echter slechts met 1,4 procent toe. Van de totale hoeveelheid tapijt (exclusief autobranche) die in België wordt vervaardigd gaat 34,75 miljoen vierkante meter naar Nederland. De export van geweven tapijt naar ons land nam vorig jaar ruim 7 procent af, die van getuft ruim 21 procent, die van naaldvilt ruim 36 procent. Op de voor de Belgen belangrijke Britse markt bleef de afzet min of meer stabiel, vooruitgang werd vooral geboekt op de Oost-Europese markten.

(Vloerenplein/Febeltex, 26-04-2002)

Omzetgroei Euretco Wonen

De omzet bij Euretco Wonen is in het boekjaar 2001 met 8,1 procent gegroeid tot 443,9 miljoen euro. Dat is deels het gevolg van het toetreden van de franchiseorganisatie Lederland. De autonome omzetgroei van ruim 2,5 procent van Euretco Wonen steekt gunstig af bij de landelijke trend, aldus de contente retailorganisatie uit Breda in een persbericht. Vooral in het segment slapen en binnen de winkelformules (Vivante, Goedidee Winkel, Profijt Meubel, Super Keukens) wordt goed gepresteerd. In de woninginrichting blijkt een duidelijk herkenbare formule steeds belangrijker te worden, meent Euretco, dat tevens verwacht dat de toetreding van Decorette een gunstig effect zal hebben op het resultaat in 2002. De retailorganisatie als geheel heeft vorig jaar een omzetgroei gerealiseerd van 5 procent. De omzet steeg naar ruim 1 miljard euro. Vertaald naar consumentenomzet steeg de omzet naar 2,4 miljard euro. Daarbij groeide de winst met 8 procent tot een nettoresultaat van 6 miljoen euro. Het aantal aangesloten zaken en eigen winkels steeg licht, naar respectievelijk 2967 en 228 winkels. De organisatie verwacht voor het jaar 2002 een verdere groei van omzet en resultaat.

(Vloerenplein/Euretco, 24-04-2002)

Eerste Wereld Congres Tapijten

Op 16 en 17 mei a.s. wordt onder de titel ‘Unfolding the frontiers & the future of textile floorcoverings’ voor de eerste keer een wereldcongres voor de tapijtsector georganiseerd. De organisatoren (de textielverenigingen Unitex, Febeltex en Centexbel) melden in dit verband dat in West-Europa tapijt nog steeds het meest gebruikte materiaal is voor vloerbedekking. En aangezien de Europese tapijtproductie zich voornamelijk situeert in België, Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noord-Frankrijk, met Gent als ‘kloppend hart van de tapijtindustrie’, is gekozen voor de Flanders Expo te Gent als locatie voor het congres. Als achterliggende reden verklaart de organisatie dat op het gebied van textiel voor vloerbedekking er een grote behoefte is aan een forum voor ideeënuitwisseling en verspreiding van kennis inzake marktinformatie en nieuwe technologische ontwikkelingen. Met dit congres willen de organisatoren een nieuwe impuls geven aan het vak, de research en de productie. Er worden zo’n 400 mensen uit de hele wereld verwacht die actief zijn in de tapijtindustrie, als leverancier (tapijtfabrikanten, machinebouwers, chemische toeleveranciers) of als klant. Dat kan gaan van algemene bedrijfsleiders over marketing-, productie- en commerciële verantwoordelijken tot mensen die bezig zijn met R&D. Aan het congres is ook een klein beursgedeelte gekoppeld. Registreren als bezoeker kan via www.unitex.be.

(Vloerenplein/Unitex, 24-04-2002)

Samenwerking Intres en Kop-groep

Afgelopen donderdag, 18 april, hebben Intres Wonen en de Kop-groep een samenwerkingscontract ondertekend. De Kop-groep, opererend onder de formulenaam Berg & Berg, wordt met zijn 18 winkels lid van Intres. Volgens een persbericht behelst de samenwerking enerzijds het in het leven roepen van een sterke franchiseformule onder de bestaande naam Berg & Berg, met als doel een verdere groei te realiseren. Uit strategisch oogpunt is hierbij besloten om zowel de planning, stoffeerderij als goederenontvangst centraal aan te sturen vanuit de bestaande distributiecentra van de Kop-groep. Als tweede doel van de samenwerking wordt genoemd het benutten van de mogelijkheden die Intres Wonen biedt op het terrein van inkoop, advies, dienstverlening, centrale betaling, automatisering, enzovoorts. Maarten Kop, directeur van de Kop-groep zegt graag van de diensten van Intres gebruik te willen maken. “Tegelijkertijd krijgen we de kans Berg & Berg optimaal uit te breiden tot dé franchiseformule in Nederland op het gebied van woontextiel.” De Kop-groep telt op het moment waarop de samenwerking start 16 vestigingspunten onder de namen Berg & Berg, Kop Woninginrichting en Van Onderen. Daarnaast heeft de Kop-groep twee shop-in-shop vestigingen bij Mijnders Meubelen.

(Kop-groep/Intres/Vloerenplein, 22-04-2002)

Unipro symposium over netwerken

Unipro vraagt in een persbericht aandacht voor een nieuw symposium dat dit bedrijf uit Haaksbergen organiseert. De woorden ‘Netwerken als overlevingsstrategie’ zijn in deze periode van grote onzekerheid over de vraag wanneer, waar en hoe krachtig een economisch herstel is, misschien wel dé toverwoorden voor het bedrijfsleven, zo veronderstelt Unipro. In dit kader organiseert Unipro's Qesh Academy op maandag 3 juni a.s. haar 11e symposium in Media Plaza (Jaarbeurs Utrecht). Computer ‘netwerken’ immers zorgen in deze dalende economie voor efficiency en ‘netwerken’ tussen verschillende bedrijven en/of personen leveren veel effectiviteit op. Deelnemers worden in korte tijd op een praktische en goed toegankelijke wijze geïnformeerd over de mogelijkheden die internet en ondersteunende software-programma's bieden voor ondernemers uit het MKB. Onder meer Syntens en Rabobank houden presentaties en er zijn diverse workshops. Het symposium is met name bedoeld voor ondernemers, directeuren, projectleiders van woning- en projectinrichters, vloerenbedrijven en groothandels. Zowel voor nieuwkomers als voor bedrijven die al op het internet aanwezig zijn of die al over de benodigde software beschikken. Indien u interesse heeft in deelname aan het symposium, kunt u ook een e-mail sturen naar b.luckman@unipro.nl. Meer info is te vinden op www.unipro.nl.

(Unipro/Vloerenplein, 19-04-2002)

Febeltex voorziet herstel

Uit het jaarlijkse conjunctuuroverzicht van de Belgische textielfederatie Febeltex blijkt dat het productievolume in de sector van het interieurtextiel (tapijt, meubelstoffen, woon- en bedtextiel) met 2 procent daalde in 2001, terwijl de omzet nog een stijging kende met 4,3 procent. Febeltex bestempelt het voorbije jaar als moeilijk maar toch nog bevredigend, hoewel vrijwel alle deelsegmenten uit de interieurtextielsector een terugval van de conjunctuur moesten vaststellen. De geweven afgepaste tapijten in wol en de poolmeubelstoffen (fluweel) hielden goed stand. Moeilijk hadden het vooral de getufte tapijten, maar nu een deel van de overcapaciteit uit de markt gehaald werd lijkt de toestand iets beter, aldus de federatie. Ook matrastijk en huishoudlinnen, die jaren uitstekend presteerden, hadden te kampen met de slechte conjunctuur. De uitvoer van tapijten daalde met 1,7 procent van 2185 naar 2147 miljoen euro. De totale textielexport van België naar Nederland nam met 2,1 procent af. Febeltex voorziet pas een herstel van de textielactiviteit vanaf het tweede semester van 2002. (Komende week meer gegevens op het Vloerenplein over de tapijtmarkt in België).

(Febeltex/Vloerenplein, 18-04-2002)

BouwRAI 2002

Afgelopen maandag startte in de Amsterdam RAI de BouwRAI. Tot morgen wordt op de beurs aandacht gegeven aan thema’s zoals ‘De Woonconsument’, ‘Stedelijke Vernieuwing’, ‘Wooninnovaties’ en ‘Coalities en Allianties’. Staatsecretaris Remkes van VROM zou de openingsspeech houden maar was op het allerlaatste moment verhinderd. Sinds gisteren weten we waarom. Op de beurs zijn een aantal bedrijven uit de vloerenbranche vertegenwoordigd. Zo demonstreert Forbo Linoleum met een aantal vakmensen de mogelijkheden van Marmoleum en Artoleum. Op het programma staan onder meer het maken van decoratieve vloeren, vloeren met bedrijfslogo’s en plintoplossingen. Bonar Floors toont zijn Coral loop-schoon systemen en Flotex projectvloerbedekking. “Flotex combineert de voordelen van harde en zachte vloerbedekking,” vertelt Marja van Dalen. “Vanwege deze eigenschappen is deze vloer bijzonder goed schoon te maken. Ons tapijt is dan ook een graag geziene ‘gast’ in ziekenhuizen, crèches, enzovoorts, waar behoefte is aan een stukje sfeer met de eigenschappen van een harde vloer.” Sika laat op de BouwRAI op vloerengebied een breed pakket op het gebied van renovatie, impregneer, afwerking, enzovoorts zien. “Bijzonder is de Sikafloor EpoCem, waardoor een afwerklaag vrijwel direct op de nieuwe ondergrond kan worden aangebracht, ongeacht het vochtgehalte,” aldus Daniëlla Teunissen-Vrijhof. De BouwRAI loopt nog tot donderdag 18 april.

(Vloerenplein, 17-04-2002)

Pas op olf!

Menig dagblad kwam er de afgelopen dagen mee op de proppen. Het berichtje over een Deens onderzoek naar de relatie tussen onwelriekende tapijten en arbeidsproductiviteit werd steevast in de rubriek ‘grappig overig nieuws’ geplaatst. Een en ander betrof de resultaten van een onderzoek van professor Ole Fanger, van het International Centre for Indoor Environment and Energy aan de Techische Universiteit van Denemarken. Hij verborg stalen van een twintig jaar oud en nimmer gereinigd getuft bouclé projecttapijt in een laboratorium, liet een vrouwelijke testgroep 4,5 uur lang simpele klussen doen en ontdekte dat de arbeidsproductiviteit van de groep daar bepaald niet bij gebaat was. Deze professor is de vader van de naar hem zelf vernoemde ‘olf’-eenheid: gedefinieerd als de hoeveelheid lichaamsgeur die een standaard Europeaan afgeeft na een douche te hebben genomen. Een gemiddelde roker geeft zes olf af (terwijl hij niet rookt), een hard trainende atleet twintig. Het vieze tapijt verhoogde het kantoorniveau naar 0,2 olf per vierkante meter. Vloerenplein voorziet na al deze gratis publiciteit nu een evidente groeispurt op de vervangingsmarkt voor projecttapijt.

(Vloerenplein, 15-04-2002)

Pergo: winst in eerste kwartaal

De netto omzet van laminaatfabrikant Pergo (Trelleborg) is in het eerste kwartaal van 2002 met 6 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De omzet kwam uit op 905 miljoen Zweedse kronen (circa 100 miljoen euro). De winst uit bedrijfsvoering was 7 miljoen SEK (tegenover 54 miljoen SEK verlies in 2001). De netto schuld bedroeg 203 miljoen SEK.

(Pergo/Vloerenplein, 15-04-2002)

Forse groei linoleum op markt VS

In de Verenigde Staten spreekt men van een come-back. Linoleum, een inmiddels 100 jaar oud product, kan er op hernieuwde belangstelling van de particuliere consument rekenen. Volgens vakblad Floor Covering Weekly weet de gemiddelde koper (en vaak ook verkoper) weliswaar het wezenlijke verschil niet tussen vinyl en linoleum, maar laatstgenoemd vloertype profiteert vanwege zijn kwaliteiten op het vlak van kleurweergave en design van een groeiende belangstelling van de trendgevoelige woonconsument. Naast duurzaamheid en milieuvriendelijkheid kent linoleum ook het bijzondere aspect van de oxidatie van de lijnzaadolie, waar volgens kenners de vloer alleen maar ‘beter’ van wordt, met behoud van kleur, en dat ook nog eens de groei van bacteriën zou tegengaan. De linoleummarkt in de VS is goed voor ongeveer 40 miljoen dollar op jaarbasis, met een verwachte groei van 20 tot 25 procent per jaar. Hoewel het marktaandeel van linoleum in de Amerikaanse projectensector stabiel is, hebben zowel Forbo als Armstrong recentelijk besloten aan de toenemende vraag te voldoen en het product opnieuw op de consumentenmarkt gelanceerd. Armstrong werd een vijftal jaren geleden weer actief op de projectenmarkt, na een onderbreking van zo’n dertig jaar, door de overname van het Duitse DLW, de tweede linoleumproducent van de wereld. Armstrong zegt tegen Floor Covering Weekly nu de capaciteit en de mogelijkheden te hebben om de concurrentie aan te gaan met Forbo (Krommenie) en met Linosom (Sommer, Frankrijk). In het woninginrichtingskanaal in de VS wil Armstrong nu ook flink gaan uitpakken en een kleine tienduizend displays plaatsen voor het einde van het jaar. Voor Forbo is het tegenspel van Armstrong meer dan welkom want meer consumenten dan voorheen zullen bereikt worden door de geplande reclame-campagnes. “Als Armstrong voor groei van de markt zorgt, geeft het niet als ze wat van ons marktaandeel pakken. We hebben liever dat de markt verdubbeld en wij maar een aandeel van 75 procent overhouden. Wij hebben de projectenmarkt vormgegeven, het is goed om te zien dat zij nu investeren in de consumentenkant van de markt,” aldus de general manager van Forbo in Noord-Amerika. De toenemende gerichtheid op de particuliere markt zal er volgens de fabrikanten ook toe leiden dat er productinnovaties volgen waarmee linoleum beter toegespitst wordt op toepassingen in huis.

(Vloerenplein/FCW, 12-04-2002)

TNO-test bepaalt slipwerendheid

TNO Industrie heeft een ondergrens en bovengrens voorgesteld voor slipwerendheid van vloeren. Vloeren mogen namelijk niet alleen te glad maar ook niet te stroef zijn. Op te stroeve vloeren kunnen mensen struikelen; op gladde uitglijden c.q. slippen. De meetmethode is in opdracht van Consument en Veiligheid en de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting ontwikkeld. Een en ander is voorlopig vastgelegd in een Nederlands Technische Afspraak (NTA) bij het Nederlands Normalisatie Instituut te Delft. Voordeel van de nieuwe meetmethode is dat deze zowel in het laboratorium als in de bouwpraktijk kan worden toegepast op veel soorten ondergrond, zo stelt het vakblad Cobouw. Zo’n twee jaar werd al geëxperimenteerd met een methode om stroefheid van vloeren te bepalen. Dit is gebeurd in het nieuwbouwcertificaat ‘Woonkeur’ en het label voor bestaande woningen ‘Opplussen’. Volgens Cobouw bezoeken jaarlijks 17.000 personen een spoedeisende hulpafdeling van een Nederlands ziekenhuis, nadat ze zijn uitgegleden. Dit zijn ongeveer vijftig personen per dag. Van deze slachtoffers loopt 41 procent een botbreuk op. De totale jaarlijkse directe medische kosten van deze ongevallen bedragen zo’n 32 miljoen Euro.

(Vloerenplein/Cobouw, 11-04-2002)

<< Begin < Vorige 181 182 183 184 185 186 187 188 189 190 Volgende > Einde >>

interfloor-ad2c3ex-2
desso airamaster

PPC 24 7 graag gebracht

heditex

meister

allesovertapijt-logo